22-06-10

DE LEEGTE OM ONS (EN IN ONS)

b-m-1071


Soms denk je dat het onderwerp zelf de fysica van het beeld aantast zoals in dit schilderij dat aan Charles Marie Bouton (1810) wordt toegeschreven. De leegte heeft zelfs het canvas aangevreten.

Natuurlijk besef ik dat velen onder jullie tijdelijk in dergelijke leegte verkeren wegens examens en dito, anderen beginnen nu net opnieuw en voor nog anderen is het academiejaar begonnen of zitten ze er midden in terwijl een groot gedeelte van de zogenaamde cursisten zich met kunst bezig houden op praktische of persoonlijke manieren.  Dat is het mooie van onze lezingen, ze gaan de wereld rond, mijn aula is inderdaad een klein scherm, meestal één persoon die je kunt aanspreken, of een groepje dat over sommige standpunten een debat wil houden.

Stap over die leegte heen, want ik wil je in deze lezing meenemen naar de leegte die sommige tijden eigen is.

In zijn autobiografie schrijft Jung dat het leven niet door de wetenschap is te bestuderen maar dat je een mythe nodig hebt om het in de diepte te begrijpen. Een door mij net zo geliefd persoon, Lou Salomé schrijft als eerste zin in haar autobiografie dat onze eerste ervaring  opmerkelijk genoeg die van 'verdwijning' is.

'Een moment daarvoor waren wij nog alles en niet gescheiden en al het zijn was onlosmakelijk met ons verbonden.'

Ik gebruik de vertaling die ik in het opmerkelijke boek van Joke J. Hermsen las 'Heimwee naar de mens', Arbeiderspers, Antwerpen, A'dam 2003.

(Vakantielectuur nodig?  Schaf je dan dit boek aan, waar je ook ter wereld verblijft of zult verblijven.  De helderheid waarmee de schrijfster zonder al te veel drukte deze eerder droefgeestige titel verwoordt, verbindt je met zoveel denkers en dichters die je sterken en het vraagteken van de titel zachtjes wegvegen en in puntjes puntjes veranderen.)

Ik ben geen boekbespreker, lees het dus zelf, herlees het, ga op zoek naar namen en geschriften die zij citeert en je zult begrijpen wat ik bedoel.

Hoe nu de leegte van de vervallen kerk verbinden met het definitief gescheiden worden van die eenheid die ons als pril kind met het leven verbindt? Laten we Rilke, goede vriend van Lou Salomé, aan het woord in zijn vierde elegie:


'O uren van de jeugd, toen achter de figuren méér school dan enkel verleden, en niet voor ons de toekomst lag.  Zeker, wij groeiden op; maakten soms haast snel groot te zijn, onwille ook van hen die niets meer hadden dan alleen het groot zijn.'

Het verbrokkelen van de religie -als ze al niet achter het scherm van de grote godsdienstigheid verbrokkeld was- maakte ons nog banger van het toekomende, inzonderheid de dood.

Ik keer terug naar Joke Hermsen:

'In Tagebuch eines Jahres(1911) wijdt Salomé een lange paragraaf aan het besef van eenzaamheid en verlatenheid dat kinderen zich heel geleidelijk eigen maken. Deze eenzaamheid is bepalend voor hun verdere bestaan, vormt er als het ware de basis van.  Behalve het gevoel van verlatenheid treft jonge kinderen nog een tweede lot.  Nu ze zich kunnen realiseren dat ze bestaan, begrijpen ze ook dat ze er een gegeven moment niet meer zullen zijn.  De groeiende angst voor de dood die hieruit voortkomt, vervreemdt hen langzaam maar zeker van het hier en nu.  Steeds meer zullen zij proberen de toekomst beheersbaar te maken.  Ze zullen zich tegen al het mogelijke gaan verzekeren om de dood zo ver mogelijk van zich weg te houden.'

(pagina118-119)

Het zal je niet verbazen dat Lou Salomé een grote vriendin was van Freud en van zijn dochter Anna.  Dit is wel eens meer dan één keer weggemoffeld maar de psychoanalyse werd een deel van haar leven en via die blik begrijp je haar interpretaties beter.

Zo kom ik terug bij Jung (hoe onverzoenbaar hij ook leek met zijn leermeester) en de stelling dat je een mythe nodig hebt om het leven te bestuderen waar de wetenschap zich onmachtig voelt in haar beschrijvende mogelijkheden. Jung herinnert zich vooral de innerlijke ervaringen waarin de onveranderlijke wereld in de vergankelijke wereld inbrak, om zijn eigen woorden te gebruiken. Je zou die onveranderlijkheid met de eenheid van de vroege kindertijd kunnen laten samenvallen, het verhaal als biografie in die zin dat de verteller genoeg personages en gebeurtenissen kan samenbrengen om die innerlijke ervaringen gestalte te geven.

K1654


Hier zijn we bij Bellini in zijn wonderlijk en veel bediscussieerd schilderij 'Jezus daalt af in de hel'.  Volgens de traditie zou Jezus na zijn dood in de hel zijn afgedaald om de oud Testamentische heiligen te bevrijden. Je ziet hem in het schitterende witte kleed de donkere poort binnengaan.  De goede moordenaar staat er met zijn kruis, Adam en Eva zijn al bevrijd en nog een man drukt zijn handen tegen zijn oren om het getoeter(jawel!) van de duivelse krachten boven hem te verdragen.

Ik denk dat het een deel van de mythe is die we zoeken. Het herstellen van die eenheid, verlost te zijn van de tijd, de schuld, de erfzonde om het Licht te kunnen binnengaan.  Al die Oud Testamentische 'heiligen' kunnen de wrekende god die zij gekend hebben vergeten in de liefdevolle figuur van Jezus die hen naar het paradijs zal voeren.  We kennen dat paradijs al zal zich dat bij de meesten nog eerder vertalen in het winnen van de lotto dan in het ervaren van dat werkelijke Licht, maar de schakeringen maken het verhaal alleen maar waardevoller.

Ik denk dat onze mythe in de kunst is te vinden, literatuur, beeldende kunsten.  Musil noemt literatuur trouwens 'mystiek bij klaarlichte dag', want daarin verkennen we op een andere manier de emotie, de reflectie, de ervaring.  Inge Bachmann, filosofe en dichteres zegt over literatuur dat ze uitdrukt waar we staan en waar we zouden moeten staan. De dingen waar nog niet toegekomen zijn om een veelduidig woord te gebruiken.

Ten onrechte verweten Franse filosofen ons dat de verhalen zijn verteld.  De oude verhalen zijn inderdaad uitverteld al zal het raamwerk hetzelfde blijven.  Maar die verzuchting duidt meteen de leegte aan waarin we ons (denken te) bevinden. We hebben geen religie, geen oude mythes meer, we hebben nog de kunst maar die is inderdaad nogal eens narcistisch bezig.  Partijen vallen uit elkaar, nieuwe profeten zijn vlug vermoeid en we trekken onze tenten op in de woestijn waar we van allerlei manna denken te kunnen leven dat een primaire beeldenstroom ons dagelijks schenkt maar die ons tegelijkertijd van de werkelijkheid in ons vervreemdt.

We leven niet meer in het geborgene want we hebben dit woord als vals ontmaskerd, of verwisseld met het 'verborgene' en de laatste steen zal moeten bovenkomen ook al valt daarmee het hele gebouw in elkaar, de waarheid heeft zo zijn rechten, zeggen we. Het is een tijd van afrekenen, van oude koeien en kruistochten tegen vermeende samenzweringen en netwerken. Kranten en andere nieuwsmedia zijn 'gebeten' om te weten, maar wat ze met dat aangebeten wild gaan doen blijft een open vraag als je historische werkelijkheden of omstandigheden ontkent.  De mythes worden ook hier grondig opgeruimd en je zult het geweten hebben als je tussen het groot huisvuil wordt meegevoerd naar de afvalberg die steeds hoger wordt naarmate we het 'verborgene' denken open te splijten met een drift die dringend psychoanalytisch mag bekeken worden. Begrijp me niet verkeerd: het heimelijke is een beter begrip om te bestrijden, terwijl het verborgene ook wel eens een noodzaak is om zich gedeisd te houden in een koude die we met zijn allen zelf geschapen hebben. Nuances aub.

Wantrouwen, klassering, verspreiding van de meest onnozele geruchten, de snelheid waarmee het nieuws -of wat daarvoor doorgaat- over onze hoofden raast laat geen enkele controle toe, geen wederwoord, geen omkadering noch duiding.  Wie niet weg is, is gezien.

In de publiciteit gaat het over 'zuiverheid', 'lang en gezond leven' over al die driften die ons aanzetten om zeker niet bang te zijn van het eindige terwijl elke slagzin het uitroept van angst.  Geen Detol, geen eten!

Bange mensen zijn inderdaad gevaarlijk.  Ze scheppen nog meer leegte dan de leegte waarvoor ze bang zijn.  Ze willen in een naiïeve regressie terug naar de babytijd waarin we het centrum van de wereld zijn zonder 'ik' te moeten heten. Alles is uitgegraven, elke gebeurtenis van de bekenden staat in de boekjes, niets zal nog verborgen blijven, intimiteit is gevaarlijk en zondig. Los op. Verdwijn.

b-m-988

De tijden van en na Dutroux zijn zo vreselijk omdat we in een emotionele lege denkruimte leven, en die leegte vraagt om uitvergroting van alle op zichzelf al vreselijke details.Het verweer dat nuance heet, bestaat niet meer.  Leegte. Lege huizen, lege kamers, lege kinderen, leegland.  Het discours dat in de jaren zestig zo hevig had gewoed is ingenomen door economische werkelijkheden (realpolitiek) terwijl het religieuze steeds verder afbrokkelde.  Wat mensen als normvervaging gingen zien is in feite een groot tekort aan normbevraging.

Leegte.  In het politieke discours was het Vlaams Blok opgestaan met geroep om veiligheid, eigen volk, kortom met een overschot aan vijandbeelden die als zware zwarte balonnen boven onze hoofden gingen hangen en die vreselijk zouden gaan stinken als iemand ze zou doorprikken.  De 'muur' verdween, ook daar verdampte een vijandbeeld, er kwam een zekere rust in Midden- en Zuid Amerika, de Balkanoorlogen waren nog even weg, maar ook zij zouden door een tekort aan coherentie uitbarsten en waarmaken waar wij hier zo bang voor waren.

Leegte.  Met de vreselijke gebeurtenissen rondom Dutroux overstroomde die leegte door hysterische fantasiebeelden, begonnen er kruistochten tegen elke vorm van liefde buiten het boekje.  Graafwerken, netwerken, comissies, witte marsjen, ze verzopen het verweer dat op wetenschappelijke nuances stoelde.  Er werd in die overgelopen leegte veel gezwegen.  Tegen beter weten in.

Leegte.  Je vindt dergelijke lege tijden op meer plekken terug in de geschiedenis, zeker bij veranderingen van regimes, bij verschuivingen.  Denk aan de periode einde 19de eeuw tot het begin van de eerste wereldoorlog die volgens velen 'zuiverend' zou werken.

Wat we verborgen was onze eigen fascinatie voor het kwade, want die fascinatie werkt altijd en overal. In het Grieks is er een woord voor dergelijke fascinatie.  Deinon.  Hetgene je overweldigt maar ook fascineert.  Tremendum et faciosum.  Je staat te bibberen op je benen maar tegelijkertijd ben je onder de indruk.  Als je dat gevoel éénlagig bestudeert kom je uit bij 'het boze', maar in het goede zit telkens weer het boze gevat en omgekeerd.  Alles is doortrokken van zijn tegendeel.

Wij denken thuis te zijn in een technische wereld maar de verhouding tot het zijn (onze eigenlijke woning) zijn we vergeten.  Dus moet je zo moedig zijn om met Heidegger die Durchgang ducrch die Fremde te maken om weer 'heimisch' te worden.  Nu maken we grote bochten zogezegd om het boze te ontwijken, maar terwijl we politiek correctheid uitstralen hebben we geen dak meer boven het arme hoofd.

Een mooie tijd dus om te herlezen, om te denken, om terug te keren op onze stappen mocht dat nodig blijken, maar vooral om moedig vooruit te gaan in die leegte.  We zijn niet alleen. Odyseus reist al eeuwen met ons mee, op weg naar huis.


1973_11

21:11 Gepost door geen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten