10-05-10
HET BED VAN PIERFRANCESCO (2)

Baccio d' Agnolo was oorspronkelijk decorateur, houtsnijder, versierder in de letterlijke zin van het woord. De beschaafde voornaam is 'Bartolomeo' maar hij is bekend met zijn afgekorte roepnaam 'Baccio'.
Hij heeft het druk, einde vijftiende eeuw met zijn werk in de Santa Maria Novella kerk en in het palazzo Vechio in Florence.
Hij heeft het gemaakt als beeldhouwer, en vermits hij voortdurend gebouwen moet decoreren interesseert hij zich al lang aan de constructie ervan. Na zijn studie in Rome wordt hij met de architect Simone del Pollaiolo geëngageerd om het palazzo Vechio te restaureren en in 1506 de kerk Santa Maria dei Fiore opnieuw van een stevige klokkentoren te voorzien. Hij kon het echter niet zo goed vinden met Michelanglo en zo bleef dat kerkwerk onafgewerkt. (zegt men)
Wel ontwerpt hij het Bartolini palazzo en... de villa Borgherini. Hij wordt door de Florentijnen op de hak genomen omdat hij deuren en ramen van kolonnen wil voorzien, een afwijking die je heden ten dage nog altijd in dat Bartolini palazzo kunt waarnemen.
Het is een lange aanloop om weer bij dat bed te geraken want het is diezelfde Baccio d' Agnolo die ook de meubels van de villa Borgherini zal ontwerpen en daarvoor zo maar eventjes vier schilders aan het werk zet vooral dan om de bruidskamer van Pierfrancesco van een heus stripverhaal te voorzien. Dat gebeurt in het jaar 1515, en we treffen dus in die slaapkamer (door de bruid Marherita Accaiuoli gewoon 'het bed' genoemd) Andrea del Sarto, Pontormo, Granacci en de ons reeds bekende Bachiacca aan.
Vasari, een bevlogen schilder, roddelaar en chroniqueur noemt 'het bed' de place to be als je 't over kunst hebt in de vroegte van het quinquecento. De vier namen zijn ook niet van de minsten. Andrea del Sarto (1486-1531) wordt niet voor niets 'senza errori' genoemd, de schilder-zonder-fouten, ook al moet hij volgens sommigen wijken voor een man als Rafaël. (ik hoor niet bij die sommigen). En er is Pontormo, Jacopo da Pontormo (1494-1557) geboren als Jacopo de' Carucci, maar genoemd naar het stadje vanwaar hij afkomstig was.
Kijk maar eens naar de prent waarmee deze bijdrage opent: Jozef wordt aan Puthifar verkocht. Cinema. Zoekplaatje. Beweging. Het jongetje met het gele kleed, dat is de hoofdpersoon die nog maar eens verkocht wordt, deze keer aan de hoofdbakker van de farao. Iemand houdt een hoed open voor de centen, een ander iemand bukt zich met de kont oneerbiedig naar de kijker om gevallen munten op te rapen, een hond snuffelt aan het kleed van de rijke Puthifar terwijl een kind achter hem aan een vaderlijke hand staat te trekken. Op de achtergrond is het ook een drukte van jewelste. Je kunt er inderdaad naar blijven kijken, naar dit paneel uit 'het bed'. Ook de cineast en schrijver Pier Paolo Passolini was een vurig bewonderaar van deze artiest en zelfs de videokunstenaar Bill Viola maakte voor de biënnale van Venetië een installatie die voortborduurt op het schilderij 'de visitatie' van Pontormo.
In 2003 maakte Giovanni Fago een film over hem, met Joe Mantegna in de hoofdrol, 'un amoro eretico'.
Vasari echter beschrijft hem als een soort vroegtijdige Vincent Van Gogh, een arme teruggetrokken kluizenaar die de ladder optrekt van zijn bovenverdieping zodat niemand hem kan bezoeken. Jaloers? Ik vermoed het, want uit nieuwe studies weten we dat Pontormo geld genoeg had en graag in gezelschap was.
Dan vinden we nog Francesco Granacci (1469-1543). Hij is de oudste en de meest klassieke. Hij leunt nog aan bij de late middeleeuwen, maar past waar mogelijk zijn werk aan. Dat is nodig want de jongste van het gezelschap, de ons bekende Bacchiacca (1494-1557), volgt de stijl van Andrea del Sarto, met wie hij ook later nog zal samenwerken.
Vier schilders die daarna zullen geplet worden onder de verschrikkelijke nietszeggende naam van 'het maniërisme'.
Zij geven 'het bed' vorm. Als dat bed zal gekonfiskeerd worden tijdens het tweede bewind van de puriteinse republiek (Savanarolla)verblijft Pierfrancesco in Lucca. Maar ze hebben buiten de waard gerekend. De waardin. Margherita scheldt de opeisers de huid vol. Het is een kolfje naar de hand van Vasari.
Het bed blijft waar het is, en de republiek verdwijnt.

19:10 Gepost door geen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
De commentaren zijn gesloten